biografie
poezie

Heilig Vuur

Het dorp was bijeengekomen
Een cirkel om gestapeld hout
Door opwinding meegenomen
Het spektakel was hen vertrouwd
 
Vreemde vrouw, zwartgallig van hart
In kwaad geworteld geweten
Zij had gelovigen getart
Met toverkunsten bezeten
 
Fakkels wakkerden het vuur aan
Het volk juichte rechtvaardig toe
Haar gegil had niemand verstaan
Zij waren haar verhalen moe
 
In naam van de Heer brandde zij
Aan ketterij schuldig, een heks
En niet geheel van zonden vrij
Overleeft de priester zijn ex

 

 

<< | < | > | menu